Karel Verschooten en Kris Michiels: ‘We schrijven een nieuw verhaal‘

Vorming & Actie organiseert vorming voor anderstalige militanten

Neem 11 anderstalige militanten, voeg daarbij 2 ‘gerijpte‘ interprofessionele vormingswerkers, zet ze 5 X 2 dagen gespreid over zes maanden in een ‘groeikas‘ en je krijgt een gesmaakte vorming voor anderstalige militanten. Karel Verschooten en Kris Michiels vertellen over hun succesvolle primeur.


Het is de eerste keer dat deze vorming voor anderstalige militanten (ATM) georganiseerd werd. Dat is een primeur, niet?

Inderdaad. In de vakcentrales wordt er al geruime tijd met anderstalige militanten gewerkt, maar op het interprofessionele niveau, waar de kracht van het ‘samen sterk’ verhaal toch aan kracht wint, hebben we pionierswerk verricht. Het was daarbovenop een samenwerking tussen twee ABVV regio’s: Antwerpen en Oost-Vlaanderen. De vorming vond plaats in de lokalen van ABVV Sint-Niklaas. Hier kunnen we als organisatie echt trots op zijn. Zonder klaroengeschal, degelijk basiswerk. Een nieuw verhaal wordt hier geschreven.

Kunnen jullie iets vertellen over de voorgeschiedenis van deze vorming?

Enkele jaren geleden werd binnen de regio Antwerpen al de vraag gesteld om anderstalige nieuwe kandidaten voor de sociale verkiezingen (2016) een extra voorbereiding te bieden. Zij vertegenwoordigen in de bedrijven vaak een groep werknemers waarmee ze dezelfde taal spreken, maar ze weten niet goed hoe ze die spreekbuisfunctie kunnen aanwenden in de syndicale werking van hun bedrijf. Hoe kan men onderling goed communiceren, hoe kan je het gesprek met een directe chef beter laten verlopen ...? Dat werd binnen het beleid (Antwerpen) besproken en gaandeweg is hieruit een vorming tot stand gekomen waarbij de samenwerking met ABVV Oost-Vlaanderen is gevraagd.

We hebben veel tijd besteed aan de voorbereiding. We wilden immers op maat van de deelnemers werken, dus met de inbreng van hun ervaringen én bruikbaar voor hun werk in hun syndicale ploeg. En op het resultaat mogen we beslist apetrots zijn.

Voor deze vorming hielden we dan ook intakegesprekken. De secretarissen hadden militanten voorgesteld. We hebben hen voor een gesprek uitgenodigd om hun kennis van het Nederlands te peilen. Dat was onze eerste kennismaking en we zijn hierover bijzonder enthousiast. Weten wie zou deelnemen gaf ons de kracht om deze vorming goed voor te bereiden en te begeleiden.

Hoe lang duurde die vorming?

Tien dagen, telkens in blokken van 2 dagen gespreid tussen januari en juni 2018. Zo was het de deelnemers mogelijk om korte opdrachten uit te voeren. Deze vorming is heel ervaringsgericht uitgewerkt. De deelnemers gingen er prat op dat ze hun ‘huiswerk’ gemaakt hadden.

Hoe verliep die vorming voor jullie?

Een goede voorbereiding is het halve werk. We (Kris en Karel) kennen elkaar al vele jaren. Toch hebben we nog nooit samen vorming gegeven. Elk heeft zijn eigen werkstijl en dat is steeds even wennen. Maar ervaren rotten als we zijn is heel het programma formidabel verlopen. Soms hebben we ons ‘draaiboek’ op het laatste nippertje moeten bijstellen, om het juiste verhaal te brengen. Om de deelnemers te blijven inspireren.

Op hun tempo
De militanten, daar gaat het om. Stuk voor stuk hebben ze een verhaal te vertellen. Ze brengen vanuit hun aanvoelen de realiteit van hun vakbondswerk in de vorming, waar misschien nog veel te weinig naar geluisterd wordt. Waarover ze ook vragen en twijfels hebben. Ze zijn een voorbeeld voor elkaar. Ze versterken elkaar. En dan is het onze uitdaging om in een toegankelijke taal, met de nodige tijd en stap voor stap hen relevante inhouden te leveren. Dat is trouwens de sterkte van de aanpak van Vorming & Actie: een aanpak waarbij militanten van elkaar leren, leren de andere te steunen en te waarderen, en ook jezelf sterker maken.

En wat was de ervaring van de deelnemers?

Heel regelmatig kwam er eentje vertellen hoeveel plezier hij aan de vorming beleefde. Deze vorming verruimde hun kijk op het syndicale werk in de bedrijven. Ze kregen tips hoe ze met vragen en problemen van hun werkmakkers (die een andere taal dan het Nederlands spreken) kunnen omgaan. We lieten ze ervaren hoe een chef kan overtuigd worden om naar hen te luisteren. Er was ook aandacht voor moeilijke (syndicale) woorden.

Op de zevende dag kwam een anderstalige delegee (die ondertussen in een centrale werkt) vertellen hoe belangrijk het is om goede afspraken te maken met andere delegees én met de chef. Alle oren waren ook gespitst toen hij zijn visie op taal- en cultuurverschillen op het werk weergaf.

Het leverde een boeiende namiddag op met een spervuur aan vragen. Een topervaring voor de deelnemers die al een hele tijd in deze vorming hiermee aan de slag waren. Dat is trouwens een constante in dit verhaal: de oprechte, doorleefde, actieve medewerking van onze militanten-deelnemers. Een voorbeeld voor vele andere groepen. Helemaal op het einde van de vorming kregen ze de bijkomende erkenning door de aanwezigheid van een zeer tevreden secretaris in de afsluitende evaluatie.

Welke lessen trekken jullie uit dit ‘experiment’?

Sommige anderstalige militanten tonen belangstelling om deze stap (vorming voor anderstale militanten) te zetten vooraleer ze het gebruikelijke vormingsaanbod volgen. Voor onze vakbond is het zonder meer een verrijking om binnen het gebruikelijke vormingsaanbod groepen anderstalige militanten op te nemen.

Het woord ‘experiment’ is hier echter niet op zijn plaats. We geven al jaren basisvormingen. We zien sommige anderstalige militanten onvoorbereid hieraan deelnemen, en soms ook afhaken.

Als begeleider vrees ik dat deze ene keer niet volstaat om de vele nieuwe anderstalige militanten degelijk syndicaal werk te kunnen laten leveren in hun ploeg, in hun bedrijf. Werken aan diversiteit in de syndicale ploeg gaat niet over een nacht ijs. Leren samenwerken is nu eenmaal een uitdaging van formaat. Maar je kan het oefenen in de vorming.

In onze vormingen zullen we alleszins voor de taalproblematiek aanhoudende aandacht moeten opbrengen. Buiten deze elf deelnemers zijn er ongetwijfeld nog anderstalige militanten in het ABVV actief. Daarom is deze ATM-vorming voor herhaling vatbaar. Zeker weten.

Over de deelnemers: een ‘foto’

  • aantal deelnemers: 11
  • m/v: alleen mannen
  • leeftijd: jongste 25 jaar, oudste 55 jaar
  • herkomst: Bulgarije,Turkije, Marokko, Sierra Leone, Ghana
  • sectoren en soort werk: schoonmaak, voedingsnijverheid, bouw, transport en metaal – allemaal uitvoerend werk als arbeider

Vier deelnemers aan het woord

Op de laatste dag van de vorming had Frederik Vanhuysse, coördinator bij Vorming & Actie, een gesprek met vier van de elf deelnemers, in het Nederlands uiteraard. 

Als anderstalige uit een Afrikaans land of het Midden-Oosten Nederlands leren spreken, het is beslist een zware opgave. Voor de een al meer dan de ander. Maar ze hebben er wel zin in om aan hun Nederlands te sleutelen en vooral om hun syndicaal werk nog beter te doen. Zo blijkt uit de gesprekken met deze vier enthousiaste anderstalige militanten: Sulaiman, Richard, Erghün en Ahi Muhamet.

In gesprek met ... SULAIMAN KOROMA

Dag Sulaiman. Hoe lang ben je al in België en van waar kom je?
Ik ben hier in België al bijna 11 jaar en ik kom uit Sierra Leone. Ik ben 26 jaar. Ik heb hier familie: vrouw, kinderen, broer en zus.

Waarom ben je naar deze vorming gekomen?
Ik ben naar de vorming gekomen om te leren hoe ik de mensen moet beschermen op de werkvloer, tegen de chef of ploegbaas, en ook voor de veiligheid (op de werkvloer).

Waar werk je?
Ik werk in Kallo, bij ICO. ik werk nu in de afdeling ‘undercoating’ en doe er verschillende jobs.

Wat zijn de veiligheidsrisico’s?
Wij werken met chemische producten. Ik moet zorgen dat de mensen genoeg materieel (beschermende kleding) voor hun werk hebben: werkpakken, masker …

Hoe ben je in contact gekomen met de vakbond?
Ik ben zowat twee jaar geleden in contact gekomen met de vakbond en had gehoord dat wie bij de vakbond wil komen, die mag komen. Ik wil alles proberen.

Hoe komt het dat je voor het ABVV en bijvoorbeeld niet voor het ACV gekozen hebt?
Ik was al lid van het ABVV.

Je hebt twee weken vorming gevolgd. Wat was voor jou verrassend, echt nieuw?
Ik was vroeger bang op het werk. Ik wist niet wat mijn rechten waren. Wat moet ik doen, wat mag ik niet doen? Nu weet ik dat veel beter.

Morgen ga je terug werken. Als je chef iets doet dat niet oké is, wat ga je dan doen?
Ik ga actie ondernemen.

Ga je meteen staken of … ?
Nee, ik ga eerst praten met mijn chef - hem of haar - en zien wat hij gaat doen. Als ik zie dat hij niets wil doen aan de situatie dan ga ik met mijn delegee spreken. Als ik zie dat dat niet goed loopt, dan ga ik met de secretaris praten.

Heb jij in je bedrijf een speciale rol als militant omdat jij buiten het Nederlands ook andere talen spreekt?
Ik ben teamleider en we werken met verschillende nationaliteiten. Dat is niet gemakkelijk. We werken met meer dan 70 mensen.

Welke taal spreek je dan?
Nederlands, Frans, Engels. Normaal gezien moeten we op de werkvloer Nederlands praten. Maar sommigen spreken niet zo goed Nederlands, en als ze met de chef willen praten moet ik daarbij helpen.

Jij bent dus de brug tussen jouw collega’s en de chef?
Ja.

Hoe vond je het om in de vorming militanten en delegees tegen te komen die zoals jij van ergens anders komen en ook niet altijd het Nederlands heel goed beheersen: was dat een leuke ervaring?  
Dat was een leuke ervaring. Zoals ik zei: ik wil veel leren. Ik kan ook veel leren van hen. Het zijn vriendelijke mensen, ze willen meewerken met de vakbond, ze zijn gemotiveerd. Het enige probleem is de taal. We zouden veel leren als er in de groep meer deelnemers zijn die Nederlands (als moedertaal) spreken.

Je wil dus na deze vorming nog andere vormingen volgen uit het gewone aanbod?
Ja. In mijn vorige groep was bijna iedereen Belg, die spreken goed Nederlands. Daar heb ik veel van geleerd, meer dan nu hier in deze vorming.

Denk je dat wat je hier hebt geleerd jou gaat helpen om het gemakkelijker te hebben in het gewone aanbod?
Een beetje. In mijn eerste groep heb ik veel meer geleerd dan nu.

Bedankt voor het gesprek.

Sulaiman

 

In gesprek met ... RICHARD MARFOH

Hoe lang ben je al in België en waar woon je?
Ik ben al 12 jaar in België en ik woon in Antwerpen, in Merksem.

Waar kom je oorspronkelijk vandaan?
Ik kom uit Ghana, uit Kumasi, de tweede stad van Ghana.

Hoe oud ben je?
Ik ben 34.

Heb je hier familie?
Ik woon alleen.

Waar werk je?
Ik werk bij de NMBS, in Antwerpen.

En wat doe je?
Wij zijn schoonmakers. Wij maken de treinen proper.

Dankjewel, als treingebruiker kan ik dat waarderen. Hoe ben je in contact gekomen met de vakbond?
Dat is een lang verhaal. In 2008 kreeg ik een vast contract van mijn werkgever. Wat in het contract stond was niet zo goed. Wij – alle werknemers – waren akkoord om dat contract niet te tekenen ... De baas kwam en zei ‘Richard, je moet tekenen of anders krijg je ontslag’. Ik wou niet tekenen en zei dat hij dan maar een C4 moest geven. Hij zei dat dát niet de bedoeling was. Ik had tevoren al bij de vakbond gevraagd wat onze rechten waren … Ik kreeg later een brief van de vakbond met de vraag of ik delegee wou worden. En ik dacht: natuurlijk, waarom niet?

Jij bent aangesteld als delegee?
Ja.

Jij bent in deze vorming terecht gekomen. Hoe komt dat, waarom ben je naar hier gekomen?
Ik ben naar hier gekomen om te leren.

En wat wou je leren?
Hoe we met onze ploegbaas en werkgevers moeten omgaan, de werknemers verdedigen. De vorming heeft ons daarbij veel geholpen.

Als je morgen terug gaat werken: wat ga je anders doen dan vóór de vorming? Ga je iets anders doen of ga je hetzelfde blijven doen?
Als er een collega in de problemen geraakt, ga ik de baas aanspreken om de collega te verdedigen.

Jij was hier in de vorming met mensen die allemaal wat op jou lijken: ze hebben niet het Nederlands als moedertaal. Hoe vond je het om samen te zitten met mensen zoals jij?
Dat was goed. Ik heb veel van de anderen geleerd. Het was moeilijk om elkaar te verstaan, wij kennen niet goed Nederlands. Soms vind je de woorden niet. Maar het was goed. Wij kunnen ook veel leren van mensen van Belgische afkomst.

Kan je een voorbeeld geven van wat je van deze mensen hebt geleerd?
Ik heb verschillende dingen geleerd. Je vraagt iets, we praten, reageren … en je ziet dat iets ook op deze manier kan.

Bedankt voor het gesprek.

Richard

In gesprek met ... ERGHÜN ÖKKE

Dag Erghün. Kan je mij vertellen hoe lang je al in België bent en waar je vandaag woont?
Ik ben sinds 22 augustus 2003 in België. Ik woon nu in Brasschaat. Ik werk in de bouw, in de sector ‘industrieel schilderen’.

Voor welk bedrijf werk je?
Voor Altrad, industriële isolatie.

Hoe oud ben je?
Ik ben 46 jaar.

En van waar kom je?
Ik kom uit het noorden van Turkije. Mijn geboorteplaats is Malatya.

Heb je familie hier?
Ik heb hier geen familie. Ik ben getrouwd met een Belgische vrouw.

Hoe komt het dat je militant bent geworden voor de vakbond?
Er was een delegee op het werk die ermee gestopt was. Een secretaris van de vakbond zei dat ik geschikt was om dat te doen, hij is bij mij thuis gekomen, wij hebben gesproken … en ik heb ervoor gekozen militant te worden om de collega’s te helpen hun problemen op te lossen.

Wat voor problemen waren er?
Ik help de anderstalige collega’s bij het begrijpen van de reglementen, procedures …

Hoe was het voor jou om in de vorming mensen te ontmoeten die zoals jij het Nederlands niet als moedertaal hebben?
Ik ben altijd tussenpersoon.

Als je morgen gaat werken: wat ga je dan anders doen dan vóór de vorming?
Wij hebben meer geleerd over argumenten, reglementen … om de problemen van collega’s te verhelpen.

Wil je nog iets toevoegen?
Ik heb iets voorbereid: ik wil mijn Nederlands schrijven en spreken verbeteren, naar school gaan, bijleren en naar vorming gaan. Ik wil graag verder doen.

Dankjewel voor dit gesprek.

 

In gesprek met ... AHI MUHAMET GÖR

Hoe heet je en waar kom je vandaan?
Ik heet Ahi Muhamet Gör en ik woon in Zelzate, in Oost-Vlaanderen.

Waar kom je oorspronkelijk vandaan?
Ik kom uit Turkije, uit Emirdag, dat ligt op 200 km van Ankara.

Hoe oud ben je?
Ik ben 37 geworden, vorige week.

Proficiat. Heb je hier familie?
Ik heb familie hier: mijn broer, mijn zus, mijn vrouw en kinderen. Ik heb 3 kinderen: 2 meisjes, 1 jongen. Zeven jaar, vijf jaar en drie jaar.

Bij welk bedrijf werk je?
Ik werk bij Conpac. Het is een onderaannemer voor ArcelorMittal. Ik werk 11 jaar in dezelfde afdeling, deco-steel 2 (inpakken van staalrollen).

Hoe komt het dat je militant bij het ABVV bent geworden?
Toen ik in België begon te werken in 2007 heb ik me ingeschreven als lid bij het ABVV. Ik heb vroeger gewoond in Nederland. Na een gesprek heb ik mij op de lijst gezet (sociale verkiezingen) en heb in mijn fabriek de meeste stemmen gehaald. Iedereen vertrouwt mij. Ik werk altijd op een correcte manier … met collega’s en baas, ik hou iedereen in ‘balans’.

Je bent verhuisd uit Nederland naar hier en je bent op een lijst gaan staan. Iemand heeft jou gevraagd om op de lijst te gaan staan: waarom heb je ‘ja’ gezegd?
… Ik heb veel mensen zien komen en gaan, onze werkgever trekt altijd partij voor zichzelf, wat ik niet mooi vind. Ik heb zelf nooit problemen gehad, ik was nooit ziek, nooit te laat …

Dus in jouw bedrijf moesten veel mensen vertrekken, dat vond je niet eerlijk en dus wou je de baas zeggen dat dit niet zo maar kon en daarom ben je op de lijst gaan staan?
Ja, daarom.

Hoe komt het dat je in deze vorming terecht bent gekomen?
Mijn secretaris zei me dat er een basisvorming voor anderstaligen was. Ik was dus benieuwd. Het is de eerste keer dat ik vorming volg. Ik wou mijn niveau vergelijken …

Jij zit in een groep waar alle deelnemers het Nederlands niet als moedertaal hebben: hoe vond je dat?
Het zijn allemaal goeie jongens en iedereen is goed bezig. Ik voel dat bepaalde mensen wat angst hebben. Als we actie willen voeren moeten we bewijzen hebben, dat is wat mijn secretaris ook zegt: wat gedaan is moet aantoonbaar zijn …

Jij vond het vooral belangrijk dat je hier samen met hen duidelijkheid kreeg over ‘als we actie willen voeren, dan moeten we duidelijke bewijzen hebben’. Is er nog iets dat je van de anderen geleer hebt?
Ik heb leren samenwerken, voorbereiden, hoe je de wet moet volgen - op verschillende manieren. Als er iets gebeurd is: hoe moet ik een verslag maken, als iemand ontslag neemt: wat moet ik dan doen, ook bij (verhoogde) werkdruk, een ongeval …

Als er een ding is dat je morgen op je werk wil beginnen doen, wat zou dat dan zijn?
In mijn eigen, vrije tijd, ook op een rustdag (werkt in volcontinu systeem), zal ik naar de problemen van mijn collega luisteren, ik zal hem ook begeleiden. Wij werken niet op dezelfde werkplaats. Iedereen heeft mijn telefoonnummer, ze sms’en mij of gaan op Facebook. Als ik de problemen niet kan oplossen ga ik naar mijn secretaris.

Bedankt voor het gesprek, Ahi.

Lees ook

Zoek op trefwoord

vorming Vorming&Actie

Deze internetsite maakt gebruik van cookies. Dit doen we om uw surfervaring op deze website beter te maken.
U kunt ten alle tijde deze cookies weigeren of verwijderen door de instellingen in uw browser aan te passen.
Meer informatie hierover vindt u op https://www.aboutcookies.org/

Als u gewoon verder surft, geeft u toestemming om deze cookies te gebruiken.